Karpe Mare – Race of the Classics

Zondag, 7 april, 16:30:
‘Je kijkt alsof je terug wilt,’ zegt Hanne tegen me in de trein op weg naar huis. ‘Je kijkt alsof je twijfelt of je niet je roeping mist. Of je niet liever je werk en alles achter wilt laten.’ Ik lach een beetje meewarig. Het is waar.

Nu:
Maandag 1 april voeren 28 Nijmeegse studenten, waaronder vijf leden van Karpe Noktem, uit de haven van Rotterdam richting Engeland voor de 25e Race of the Classics. Het evenement wordt door velen liefkozend ‘De Rees’ genoemd. Dit is een van de grootste zeilevenementen van Europa waarin teams van universiteiten en hogescholen varen op klassieke zeilschepen. Bij voorkeur zonder motor, richting Engeland en daarna weer terug. Als alles mee zit is het een fantastische manier om goedkoop een zeilrace mee te maken op klassieke tweemasters en driemaster-schepen. En ondertussen mag je naar awesome studentenfeestjes in verschillende havenkroegen! Dat kan niet anders dan tof worden, toch?
Het zat ons team echter niet bepaald mee: vooraf werden we geplaagd met pech en tegenvallers. Tijdens De Rees was het bitterkoud en de wind joeg soms wel met windkracht 8 uit precies de verkeerde richting. De vloot kwam daardoor niet verder dan Den Helder omdat we met noordoosterwind nooit meer uit Engeland zouden kunnen terugkeren. Dat maakte de ervaring er echter niet minder heftig om.

Vrijdag 5 april, 02:35:
‘Bram? Het is nu half 3. Ik kom je wakker maken. Hendrik zegt dat we zo overstag gaan. Iedereen moet op het dek komen.’ Simon staat in het donkere gangpad dat mijn hut is. Ik deel een driemans stapelbed met twee meiden van De Loefbijter. Die draaien echter nu een wakkerdienst en staan al aan dek. De hele boot schommelt al de hele nacht stevig heen en weer: voor mijn gevoel minstens 90 graden op zijn as. De zee beukt tegen onze boot aan. Steeds weer harde klappen die het schip doen wiegen, waarna je het water weer direct hoort wegstromen. Ik heb hooguit twee uur geslapen, maar dat maakt niet uit: het schip moet wenden van ruime wind noordoost naar ruime wind noordwest en ik moet naar het dek. In het donker stap ik uit mijn slaapzak op een vochtige vloer, mijn thermokleding nog aan voor de warmte. Daarna trek ik mijn broek, mijn shirt, mijn trui, een tweede trui, een salopette (een zeilbroek met bretels) en een zeiljas aan. Even vraag ik me af waarom ik ook geen gewone jas bij me heb, maar dan klim ik via een steil trapje naar het dek. De Gallant is een schip dat ik al vier dagen ken als een stabiel en goed schip. De zee heeft echter besloten dat het vannacht geen fuck om De Gallant geeft. Vannacht is het menens.

Nu:
Het idee van De Rees was simpel: iedere dag voeren we een flink stuk over de Noordzee totdat we in de haven waren. Als het kon voeren we een rak, een race zonder een duidelijk parcours naar een bepaald doel of een finishlijn. Dit jaar waren dat er drie.
Tussendoor waren er de Reesfeesten. De leukste werden gegeven op de boten van de vloot zelf. Team Eindhoven gaf bijvoorbeeld uitstekende party’s op De Morgenster, deelde minstens tientallen fusten bier met iedereen en had dj’s om de boel aan het dansen te krijgen. Daarnaast was er ook een gala met een paar heel mooie meisjes en veel luidruchtige corpsballen die toch wel stiekem een beetje bij een evenement als De Rees horen. Ook ontdekte ik dat IJmuiden de grootste lelijke stinkhaven van Nederland is, die je al op kilometers afstand fabrieksrook ziet braken. Ik kwam erachter dan vissers echt enorme eikels zijn. Dat Russen klassieke zeilschepen enorm awesome vinden. Dat Den Helder een ontzettend vriendelijk Corps Mariniers heeft. En dat ik de havens van Rotterdam nog steeds veel mooier vind, maar Amsterdam qua sfeer wat gemoedelijker is…
We kregen veel gezelschap van Nikki (een stille Duitse tante die de eerste maat van Schipper Hendrik was), Rob (een beer van een kerel met een witte baard die we ook Tom Poes noemden) en Niels (een jonge, bruin gebrande Fries die als matroos werkt op een Nederlands schip dat vaart naar Antarctica). En ik kwam er al snel achter dat je écht niet kunt opdrinken tegen zeelui. Na een paar biertjes bij het eten begonnen ze grijnzend aan een ongelooflijk grote stapel (gesponsorde) Berenburger-flessen. Een fles of twee à drie later begon het harde gelach van de kerels en kwam de jonge jenever op tafel. Verderop in de week bleek dat er na jenever altijd nog Famous Grouse is.

Vrijdag 5 april, 02:43:
‘Goddomme, er wordt niet gezwaaid naar de andere schepen!’ bijt schipper Hendrik een meisje toe terwijl ik probeer te wennen aan het vale, haast ijle licht van de scheepslampen op De Gallant. Het achterdek is de veiligste plek op het schip, maar de zee is zo woest dat ik er voor het eerst in de week bang voor ben. Bang dat ik er in terecht kom. Bang dat ik verzuip. Opeens verschijnt het schip Oban langszij, nog geen vier meter van onze boot af en probeert rakelings De Gallant af te snijden in het nachtelijk zeegeweld. In de zwarte golven lijkt Oban haast wel een spookboot en ik begrijp opeens dat we vannacht absoluut geen vrienden zijn.
De schipper is niet onder de indruk en gromt. ‘Goddamn Motherfuckers. Niels! Gebeurt er nog wat met die schoener?! Nikki! Waar zijn m’n mensen voor m’n grootschoot?! Ok, jongens… trekken!’
Het valt normaliter al vies tegen om te trekken aan het schootlijn van een grootzeil. Het is het grootste zeil op de boot. Maar nu staat er zoveel wind op dat ik, Abel en nog minstens drie andere mensen met geen enkele mogelijkheid beweging in het touw krijgen. Hendrik neemt daar echter geen genoegen mee. ‘Tom Poes! Helpen bij het grootschoot! Maak die bakstag los! Laat het fokzeil maar effe zitten. Kom op nou!’ Zodra Rob zijn volle gewicht in de lijn hangt voel ik een zwiep, komt er beweging in en voor ik het weet hangt het grootzeil aan bakboordzijde. Het schip draait. De wind komt opnieuw in de zeilen. Missie geslaagd.

Nu:
Na een week lang met een grote groep Loefbijters te hebben opgetrokken, kan ik je vertellen dat ze verdraaid veel op ons lijken. Net als bij Karpe heb je er stille types, mensen die in rare pakjes rondrennen, creatievelingen, knuffelberen, tough girls en eigenheimers. Onze groep was een verrassend goede mix van mensen en niemand viel duidelijk buiten de groep. Hanne en Sarah maakten zichzelf vrij snel populair toen bleek dat ze voor uitstekend verzorgd voedsel zorgden: waar op sommige schepen er alleen een frituurpan pruttelde, kregen wij standaard een gezonde verse maaltijd en luxe zelfgemaakte toetjes. Abel heeft ontzettend veel foto’s gemaakt, waarvan je er hopelijk een aantal bij dit artikel ziet.
Maar misschien werkte het ook omdat op een schip de sociale verhoudingen tijdelijk ondersteboven gaan. Veel mensen komen er onderweg pas achter dat ze misschien niet helemaal gemaakt zijn voor zeereizen op een schommelende schuit, waarbij je om de paar uur in de touwen moet hangen. Bijna alle mensen zijn wel ergens op de reis zeeziek geworden. Drie mensen zijn onderkoeld geraakt doordat ze de boel verkeerd hadden ingeschat. Daardoor ga je veel meer op elkaar letten, terwijl je toch al veel op elkaar lip zit. Het schept een band.

Dinsdag 2 april, ergens in de middag:
‘Je hebt niet echt last van zeeziekte, of wel?’ vraagt Abel. Ik probeer een grinnik in te houden. Gisteren zijn we uit de haven van Rotterdam gevaren en ik voel me prima in m’n element. ‘Ik geloof dat ik dit wel lang kan volhouden,’ vertel ik. ‘Ik hield altijd al van de zee, maar het is eigenlijk ook wel voor mij een verbazing dat het allemaal zo goed gaat.’ En ik kijk naar de horizon. In de zon is de vloot een schitterend en spectaculair gezicht. Hoe vaak zie je nu twee oude zeilschepen bij elkaar varen? Bijna nooit. Deze vloot bestaat echter uit bijna twintig schepen. Het is zo bijzonder dat je over de marifoon Russische matrozen op containerschepen enthousiast hoort praten over het uitzicht. Op een schip uit Afrika, dat voor de kust van IJmuiden voor anker ligt, wordt er zelfs gezwaaid.

Nu.
Aan het einde van de week mocht ik ongeveer tweeënhalf uur aan het roer van De Gallant staan. Het was fantastisch: de zon was doorgebroken, de jaren ‘70 rockmuziek van Brainbox schalde door de oude boxjes van schipper Hendrik. Mensen dansten of luierden in de zon. Er werd zelfs zonnebrandcrème opgedaan. Het was het leven. Het was echte vrijheid. En over drie weken ga ik naar Helsinki. Want ik ga naar De Gallant om weer te zeilen. Ik ga terug.

Advertenties