Hardlopen

Mijn telefoon telt af en daarna klinkt de jungle van Armin van Buuren in mijn oren. Het is al laat. Bijna nacht. En de straatlantaarns kleuren de donkere bewolkte hemel donkerblauw en de straten goudgeel. En ik ren. Ik ren mijn straat uit en groet de buurman. Ga de hoek om, daarna naar links de heuvel van de Dennenstraat op met hakken hoog opgetrokken. Daarna trippel ik over de Oude Graafseweg, langs een oude studentenkamer waar ik mezelf de put in rookte en bijna zonder daglicht leefde. Maar ik kijk niet naar dat huis.
Ik ren. Ik ren want ik ben sterk. Ik ren omdat ik 15km wil halen en niemand me kan stoppen. Dan steek ik gevaarlijk over en klim via de steile Wolfkuilseweg de Graafseweg op, richting centrum. Maar voor het zover is volgt nog een brug waarin ik tegen het verkeer in op een smal fietspad moet lopen. Ik dans langs rode stoplichten en fietsen om mezelf veilig te houden. Maar uitgerekend op een leeg voetpad, vlak voor de Schouwburg gaat het mis: mijn contactlens floept er ineens uit en ik heb hem nog maar net vast of de wind gaat ermee vandoor…
Ik sta stil.
Kut, ik sta stil!

Lenzen kwijt raken is in mijn geval een forse handicap. Zonder heb ik praktisch nog maar half zicht. Ik probeer met mijn handen de straat te aaien in de hoop nog iets te vinden. Maar ik voel niets meer dan glasplinters, uitgetrapte peuken en kiezelsteentjes. De schouwburg heeft mijn zicht gejat.
Dus ik ga verder, zonder zicht en ren nog half beduusd richting spoortunnel. Ik ben pas op vier kilometer. Vier kilometer is geen vijftien kilometer en ik móet dóór. Vergeet de lens.
Het grote voordeel van problemen tijdens het hardlopen die niet met het hardlopen zelf te maken hebben is dat je niet meer op je eigen vermoeidheid let. Ik was vooral bezig met wat ik nog kon zien.

Dit zag ik: stratemakers die zoab aan het leggen waren achter de spoortunnel met enorme bulldozers. Oude Marokkaanse mannen stonden er bij te kijken en babbelden al rokend met de werklui. Waarschijnlijk omdat ze ooit het werk zelf hadden gedaan. Ik zag de Electrabel-centrale rook pompen uit een schoorsteen die ‘s avonds opvallend mooi verlicht is. In mijn tweede rondje keek ik naar de treinen achter het station, de sjieke restaurants aan de Graafseweg en het Keizer Karelplein. Het was een groot metropool lichtballet. En ik besefde me dat ik met één lens een fantastisch impressionistisch beeld kreeg van een stad waar ik al tien jaar woon. Dat als scherp en onscherp samenkomen je een moderne wereld ziet met de ogen van Van Gogh.
Dat soort ervaringen. Dat soort heilig momenten van spirituele, kunstzinnige of intellectuele briljantie, maken van hardlopen zo’n ontzettend mooie sport. Ik ben verslaafd.

Advertenties